Rb. 's-Hertogenbosch 18 juli 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BR1738

De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld voor - kort gezegd - het begraven van een groot aantal kadavers van runderen op zijn bedrijf en opzettelijke overtreding van een aantal voorwaarden van de milieuvergunning van zijn veehouderij. Verder is hij veroordeeld voor het opzettelijk niet goed bijhouden van registratie van zijn dieren, het onthouden van de nodige zorg aan zijn dieren en handelingen die neerkomen op het vervalsen van de identiteit van een aantal runderen uit zijn veestapel. Hij is voor deze misdrijven veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan twee jaar voorwaardelijk. De rechtbank heeft de straf voor een groot deel voorwaardelijk opgelegd vanwege de slechte gezondheidstoestand van verdachte, de grote gevolgen van deze strafzaak voor verdachte en zijn gezin en het feit dat hij zijn veehouderij inmiddels heeft beëindigd. De rechtbank heeft de bijzondere voorwaarde opgelegd dat verdachte gedurende de gehele proeftijd van twee jaar geen vee of andere dieren zal houden op bedrijfsmatige wijze. Verdachte is vrijgesproken van de verdenking dat hij de hem eerder opgelegde voorlopige maatregel (een soort tijdelijke dwangmaatregel uit het economisch strafrecht) zou hebben overtreden. De rechtbank is van oordeel dat het niet betalen van de aangestelde bewindvoerder niet een overtreding oplevert van de maatregel waarbij die persoon is aangesteld, ook al is in de beschikking bepaald dat verdachte die kosten diende te betalen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen