Art. 6 Besluit welzijn productiedieren
Besluit welzijn productiedieren
1. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet wordt door de eigenaar of houder van een dier een register bijgehouden van de verstrekte medische zorg en het bij iedere controle geconstateerde aantal sterfgevallen. Dit register wordt ten minste drie jaar bewaard.
2. Onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Diergeneesmiddelenwet worden geen stoffen aan een dier toegediend, behalve stoffen voor therapeutische of profylactische doeleinden, dan wel zoötechnische behandeling zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel c, van richtlijn 96/22/EG van de Raad van 29 april 1996 betreffende het verbod op gebruik, in de veehouderij, van bepaalde stoffen met hormonale werking en van bepaalde stoffen met thyreostatische werking alsmede van ß-agonisten en tot intrekking van de richtlijnen 81/602/EEG, 88/146/EEG (PbEG L 125), tenzij uit wetenschappelijke studies naar het welzijn van dieren of uit de ervaring is gebleken dat de stof niet schadelijk is voor de gezondheid of het welzijn van het dier.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 29 december 2016, ECLI:NL:CBB:2016:443
- CBb 20 december 2016, ECLI:NL:CBB:2016:440
- Hof Arnhem-Leeuwarden 26 april 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3242
- CBb 29 december 2016, ECLI:NL:CBB:2016:442
- CBb 14 april 2015, ECLI:NL:CBB:2015:128
- CBb 15 mei 2014, ECLI:NL:CBB:2014:197
- CBb 13 maart 2014, ECLI:NL:CBB:2014:135
- CBb 31 december 2013, ECLI:NL:CBB:2013:318
- CBb 9 augustus 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BX4887
- CBb 6 februari 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV8500
- CBb 11 oktober 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BU2122
- CBb 18 mei 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BQ7878