Art. 6 Rw, Voorzieningen ten behoeve van remigratie
1. Het recht op de remigratievoorzieningen van de remigrant eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de remigrant zijn hoofdverblijf wederom in Nederland heeft.
2. Het recht van de partner op de voorzieningen, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de partner zijn hoofdverblijf in Nederland heeft.
3. Het recht van het kind op de voorzieningen, bedoeld in artikel 5, derde lid, eindigt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin het kind zijn hoofdverblijf in Nederland heeft.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1715
- ABRvS 2 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW4560
- ABRvS 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3032
- ABRvS 30 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3493
- ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2981
- Rb. Den Haag 30 juli 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:8407
- Rb. Amsterdam 30 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5514
- Rb. Amsterdam 3 november 2011, ECLI:NL:RBAMS:2011:BU5833
- Rb. Amsterdam 15 januari 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:AZ7244