ABRvS 16 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2981
Bij besluiten van 23 augustus 2018 heeft de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank van bestuur de aan [appellant] toegekende vergoedingen voor vervoerskosten en de toegekende remigratievoorzieningen met ingang van 1 april 2017 ingetrokken en een bedrag van € 6.808,39 teruggevorderd. [appellant] heeft op 15 maart 2017 een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend, met als doel wedertoelating na migratie. Hij mocht het besluit op die aanvraag in Nederland afwachten. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft die aanvraag bij besluit van 14 juni 2017 afgewezen. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar mocht de uitkomst daarvan niet in Nederland afwachten. De staatssecretaris heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 8 december 2017 (zaken nrs. 17/12327 en 17/16007) heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag dit besluit op bezwaar vernietigd en opdracht gegeven een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
De uitspraak op rechtspraak.nl