Art. 5 Fb, Veiling en vergelijkende toets
1. Onze Minister stelt eenieder in de gelegenheid om gedurende vier weken zijn zienswijze in te brengen over een ontwerp van de regels, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdelen a en b, en een ontwerp van het besluit, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c.
2. Indien de ontwerpen niet worden geplaatst in de Staatscourant, deelt Onze Minister in de Staatscourant mede op welke wijze inzage in de ontwerpen kan worden verkregen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Snijders 12 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:36
- Rb. Rotterdam 29 november 2002, ECLI:NL:RBROT:2002:AF2577
- Rb. Rotterdam 16 augustus 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BB2343
- Rb. Rotterdam 11 april 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AY6267
- Rb. Rotterdam 8 december 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AV2674
- Rb. Rotterdam 7 november 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AV2618
- Rb. Rotterdam 25 oktober 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AV2614
- Rb. Rotterdam 5 oktober 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AU3838
- Rb. Rotterdam 3 juli 2003, ECLI:NL:RBROT:2003:AH9756
- Rb. Rotterdam 3 juli 2003, ECLI:NL:RBROT:2003:AH9754
- Rb. Rotterdam 3 juli 2003, ECLI:NL:RBROT:2003:AH9751
- Rb. Rotterdam 3 juli 2003, ECLI:NL:RBROT:2003:AH9748
- Rb. Rotterdam 3 juli 2003, ECLI:NL:RBROT:2003:AH9746
- Rb. Rotterdam 13 oktober 2000, ECLI:NL:RBROT:2000:AA7478
- Conclusie A-G Snijders 25 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:1107
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 30 juli 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:174
- CBb 18 juli 2001, ECLI:NL:CBB:2001:AB3007