Art. 8 Landbouwkwaliteitsregeling kaas, Kaas

Landbouwkwaliteitsregeling kaas

1. Kaas, uitgezonderd boerenkaas, wordt bereid uit één of meer van de volgende grondstoffen:

a. melk;

b. room of geheel of gedeeltelijk ontroomde melk, rechtstreeks verkregen uit melk;

c. magere melk, verkregen door reconstitutie van magere melkpoeder, zulks met dien verstande dat de hoeveelheid door reconstitutie verkregen magere melk ten hoogste 25% van de totale hoeveelheid per charge of bak te verwerken grondstoffen bedraagt voor kaas voorzien van een vermelding voor het vetgehalte in de droge stof van ten minste 45+ en ten hoogste 40% van de totale hoeveelheid per charge of bak te verwerken grondstoffen voor kaas voorzien van een vermelding voor het vetgehalte in de droge stof van ten hoogste 40+;

d. water.

2. Reconstitutie van magere melkpoeder geschiedt uitsluitend op de bereidplaats van kaas door water met een temperatuur van ten hoogste 50°C toe te voegen aan magere melkpoeder in een verhouding van 100 liter op 10 kg.

3. De grondstoffen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b, hebben bij ontvangst en bewaring door de bereider van kaas geen of een niet-pasteuriserende warmtebehandeling ondergaan.