Art. 2 Uitv besl WIK, Inkomenseisen en beroepskosten
Uitvoeringsbesluit WIK (Uitv besl WIK)
1. Het bruto-inkomen of de bruto-omzet, bedoeld in de artikelen 4, onderdeel b, en 6, eerste lid, onderdeel b, van de WIK, bedraagt € 1 089, dat door de kunstenaar:
a. die uitkering aanvraagt, moet zijn verworven in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de uitkering wordt aangevraagd;
b. aan wie uitkering is verleend, telkens moet zijn verworven in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de uitkering wordt ontvangen.
2. Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt naar evenredigheid verlaagd indien de kunstenaar gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, doch ten minste gedurende een aaneengesloten periode van 28 dagen, wegens ziekte of deelname aan beroepskwalificerende scholingsactiviteiten geen werkzaamheden als kunstenaar heeft verricht.
3. Voor het vaststellen van de periode van ziekte, bedoeld in het tweede lid, worden perioden van ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
4. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt voor de kunstenaar, bedoeld in artikel 4, onderdeel c, van de WIK, het bedrag, bedoeld in het eerste lid, in het eerste kalenderjaar waarin uitkering is verleend op nihil gesteld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 4 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL1069
- Rb. 's-Gravenhage 9 augustus 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4893
- Rb. 's-Gravenhage 9 augustus 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4799
- Rb. Maastricht 18 oktober 2001, ECLI:NL:RBMAA:2001:AE1174
- CRvB 21 augustus 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB3286
- CRvB 5 september 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AY8055