Art. 6 WIK, De voorwaarden voor het recht op uitkering
Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK)
1. Het recht op uitkering wordt beëindigd, indien de kunstenaar:
a. of zijn gezin over vermogen is komen te beschikken of over een inkomen gelijk aan of hoger dan het voor hem geldende bedrag, bedoeld in artikel 4, onder a;
b. niet kan aantonen met zijn werkzaamheden als kunstenaar gedurende een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode tenminste het in die maatregel bepaalde bruto-inkomen of bruto-omzet te hebben verworven;
c. of zijn echtgenoot daarom verzoekt.
2. Burgemeester en wethouders onderzoeken regelmatig of de omstandigheden bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, zich voordoen.
3. Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, nadere regels stellen omtrent de regelmaat waarmee onderzoeken als bedoeld in het tweede lid moeten plaatsvinden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 4 juni 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BL1069
- Rb. 's-Gravenhage 9 augustus 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4893
- Rb. 's-Gravenhage 9 augustus 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD4799
- Rb. Arnhem 27 maart 2002, ECLI:NL:RBARN:2002:AE1120
- CRvB 21 augustus 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB3286
- CRvB 5 september 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AY8055