Art. 36 Ffw, De jachthouder
1. De jachthouder kan, indien hij is voorzien van een jachtakte of een valkeniersakte, aan anderen toestaan het hem toekomende genot van de jacht in zijn gezelschap uit te oefenen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld op grond waarvan de jachthouder bij wege van schriftelijke en gedagtekende toestemming de uitoefening, anders dan in zijn gezelschap, van het hem toekomende genot van de jacht of een deel daarvan kan toestaan aan de jachtopzichter of aan anderen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 16 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1631
- Rb. Utrecht 7 september 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6577
- Rb. Overijssel 27 mei 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:CA1125
- Rb. Overijssel 27 mei 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:CA1124
- Rb. Overijssel 27 mei 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:CA1123
- Rb. Haarlem 3 december 2004, ECLI:NL:RBHAA:2004:AR7283
- Rb. Alkmaar 30 augustus 2012, ECLI:NL:RBALK:2012:BX6358
- Hof Amsterdam 13 oktober 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BL7099