Art. 32 Ffw, De soorten waarop de jacht kan worden geopend
1. Als wild worden de volgende diersoorten aangewezen: haas (Lepus europaeus), fazant (Phasianus colchicus), patrijs (Perdix perdix), wilde eend (Anas platyrhynchos), konijn (Oryctolagus cuniculus) en houtduif (Columba palumbus).
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen de in het eerste lid gegeven omschrijvingen worden beperkt ter uitvoering van internationale verplichtingen of bindende besluiten van organen van de Europese Unie of andere volkenrechtelijke organisaties.
3. De jacht wordt niet geopend op in het eerste lid aangewezen diersoorten voorzover zij staan vermeld op een door Onze Minister vastgestelde nationale lijst van met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende soorten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Machielse 15 mei 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0281
- Rb. Zwolle-Lelystad 14 september 2007, ECLI:NL:RBZLY:2007:BB3702
- Rb. Maastricht 8 maart 2005, ECLI:NL:RBMAA:2005:AS9125
- Rb. Den Haag 9 april 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:4926
- Conclusie A-G Machielse 12 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP6583
- HR 15 mei 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0281
- Hof 's-Hertogenbosch 17 juni 2009, ECLI:NL:GHSHE:2009:BI8568
- Hof Leeuwarden 31 augustus 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BN5861