Art. 31 IJkregeling gasmeters, Bijzondere voorschriften ten aanzien van de elektrische voeding
Indien een gasmeter is voorzien van een elektrische voeding, welke is aangesloten op het openbare elektriciteitsnet, bestaat de blootstelling aan omgevingscondities voorts uit:
a. een voedingsspanningvariatie tussen -15% en +10% van de nominale voedingsspanning;
b. onderbrekingen van de voedingsspanning, waarbij, uitgaande van een netfrequentie van 50 Hz en een nominale spanning met een effectieve waarde van 220 V, de amplitude wordt teruggebracht tot: waarbij het tijdinterval tussen twee onderbrekingen ten minste 10 seconden bedraagt;
1º. 10 V gedurende 10 milliseconden,
2º. 110 V (50%) gedurende 20 milliseconden,
3º. 176 V (80%) gedurende 50 milliseconden,
c. in iedere mode ten minste 10 positieve en 10 negatieve spanningspieken, die op de voedingsspanning worden gesuperponeerd volgens onderstaande tabel, zowel in common mode als in differential mode:
piekwaarde (V):
500
1000
1500
stijgtijd (ns):
10
35
35
afvaltijd (ms):
0,1-1
1-3
1-3
herhalings-
frequentie(Hz):
12
1
1:
d. in iedere mode ten minste 10 positieve en 10 negatieve bursts, die op de voedingsspanning worden gesuperponeerd en voldoen aan onderstaande specificaties, zowel in common mode als in differential mode: piekwaarde (V): 1000 stijgtijd (ns): 5 tijdsduur halve piekwaarde (ns): 50 totale burstlengte (ms): 15 herhalingsfrequentie (ms): 300.