Art. 33 IJkregeling gasmeters, Bijzondere voorschriften ten aanzien van de elektrische voeding

IJkregeling gasmeters

1. Indien de elektrische voeding direct of indirect op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten, moet de gasmeter zijn uitgerust met een hulpbatterij.

2. De hulpbatterij moet een zodanige capaciteit hebben, dat de voor de meting belangrijke gegevens en de aanwijzingen gedurende ten minste een maand worden behouden ingeval van het geheel uitvallen van de elektrische voeding.

3. Het uitvallen, bedoeld in het tweede lid, moet door een adequate signalering worden aangegeven.