Art. 4 Wpbr, Algemeen
Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr)
1. Een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, wordt verleend indien, gelet op de voornemens en antecedenten van de aanvrager of van de personen die het beleid van de aanvrager bepalen, naar redelijke verwachting zal worden voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 6 tot en met 10 gestelde regels en ook overigens zal worden gehandeld in overeenstemming met hetgeen van een goede beveiligingsorganisatie of een goed recherchebureau in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht.
2. De aanvraag van een vergunning bevat ten minste de volgende gegevens:
a. indien de aanvraag betrekking heeft op een beveiligingsorganisatie: de categorie waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. indien de aanvrager een rechtspersoon is: de statuten van de rechtspersoon;
c. een opgave van de werkzaamheden die de aanvrager voornemens is te gaan verrichten.
3. Onze Minister kan de aanvrager daarnaast verzoeken nadere gegevens te verstrekken, die voor een goede beoordeling van de aanvraag van belang kunnen zijn.
4. Een vergunning wordt verleend voor een periode van ten hoogste vijf jaren en kan telkens worden verlengd voor een periode van eveneens ten hoogste vijf jaren.
5. Een vergunning kan worden beperkt tot een bepaald territoir.
6. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden met betrekking tot:
a. het waarborgen van een goed samenspel met overheidsinstellingen;
b. de in artikel 6 bedoelde onderwerpen.
7. Een vergunning wordt verleend of verlengd na de betaling van een vergoeding van kosten. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels voor de hoogte van de vergoeding.
8. Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag van een vergunning.
9. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2623
- ABRvS 27 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4787
- ABRvS 4 december 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AF1447
- Rb. Midden-Nederland 8 september 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:3594
- Rb. Amsterdam 20 december 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:9328
- ABRvS 11 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1075
- ABRvS 26 november 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AN8785
- ABRvS 25 juni 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AH8666
- ABRvS 1 mei 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE2051
- Rb. Zeeland-West-Brabant 8 september 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:5268
- Rb. Utrecht 15 september 2003, ECLI:NL:RBUTR:2003:AM3107
- Rb. Rotterdam 27 januari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:505
- Rb. Overijssel 24 januari 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:169
- Rb. Limburg 28 april 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:3287
- Rb. Amsterdam 26 maart 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:2504