Art. 15 Wpbr, Handhaving
Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr)
1. Onze Minister kan aan de houder van de vergunning een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 11 250 ter zake van overtreding van regels, gesteld bij of krachtens artikel 4, vijfde of zesde lid, 6, 7, eerste, tweede of vierde lid, 8, tweede lid, 9, 10, eerste, derde of vierde lid, 11, tweede lid, of 12, eerste of tweede lid.
2. Onze Minister kan eveneens aan de houder van de vergunning als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 11 250 ter zake van overtreding van de voorwaarden waaronder de vergunning voor grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg is verleend. De boetebevoegdheid geldt ook indien vergunning op grond van de verordening is verleend door een bevoegde autoriteit in een andere lidstaat.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 12 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2929
- ABRvS 30 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3298
- ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1623
- ABRvS 20 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:95
- ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1622
- Rb. Rotterdam 28 april 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:3199
- Rb. Zeeland-West-Brabant 15 juni 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2993
- Rb. Alkmaar 28 april 2011, ECLI:NL:RBALK:2011:BQ3105
- Rb. Alkmaar 1 juli 2009, ECLI:NL:RBALK:2009:BJ2102