ABRvS 24 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2623
Bij besluit van 15 februari 2019 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag tot verlenging van een vergunning voor het in stand houden van een particuliere beveiligingsorganisatie, afgewezen. [appellant] is de eigenaar van het [beveiligingsbedrijf]. Op 18 november 2013 is aan [beveiligingsbedrijf] een vergunning verleend voor het in stand houden van een particuliere beveiligingsorganisatie, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (hierna: Wpbr). De vergunning is tot 1 november 2018 verleend. Op 28 augustus, aangevuld op 10 september 2018, heeft [appellant] een aanvraag gedaan om de vergunning te verlengen. Bij de beoordeling van de aanvraag heeft de minister de relevante gegevens uit het Justitieel Documentatie Systeem (hierna: JDS) geraadpleegd. Hieruit bleek dat [appellant] op 9 oktober 2018 door de politierechter is veroordeeld tot een geldboete van € 300,00, voor mishandeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl