Art. 50a Regeling wapens en munitie, Onkostenvergoeding
1. De onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 41 van de wet, bedraagt voor een verlof tot het voorhanden hebben, dragen of verkrijgen van een wapen als bedoeld in de artikelen 26 tot en met 32 van de wet:
a. voor de afgifte daarvan: € 138,20;
b. voor de verlenging van de geldigheidsduur daarvan: € 68,20;
c. voor de wijziging daarvan: € 30,–;
d. voor de afgifte van een nieuw verlof als gevolg van het verlies daarvan: € 30,–.
2. De onkostenvergoeding voor een combinatie van de in dit artikel genoemde bescheiden bedraagt niet meer dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn voor dat deel van de combinatie waarvoor de hoogste vergoeding geldt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3210
- ABRvS 14 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:615
- ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3730
- Rb. Zeeland-West-Brabant 31 augustus 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4413
- Rb. Midden-Nederland 3 maart 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:841
- Rb. Den Haag 16 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:13882