ABRvS 14 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3730
Bij besluit van 8 oktober 2019 heeft de korpschef van politie een onkostenvergoeding van € 60,- geheven voor de verlenging van de geldigheidsduur van [appellant]’ wapenverlof. Bij besluit van 19 mei 2020 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Op 8 oktober 2019 heeft de korpschef van politie de geldigheidsduur van [appellant]’ wapenverlof verlengd. Op grond van artikel 41 van de Wet wapens en munitie (hierna: Wwm) en artikel 50a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling wapens en munitie (hierna: Rwm) heeft de korpschef van politie bij de verlenging een onkostenvergoeding van € 60,- geheven. [appellant] is het niet eens met deze onkostenvergoeding, ook wel ‘leges’ genoemd. [appellant] voert aan dat de rechtbank ten onrechte de Rwm niet exceptief getoetst heeft, terwijl dat beter passend zou zijn omdat de heffing van de leges een inbreuk op zijn eigendomsrecht is.
De uitspraak op rechtspraak.nl