HR 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:166
Uitspraak vierde kamer. Vordering PG tot schorsing van rechter in Rb als rechterlijk ambtenaar, art. 46f.2.e en 46o Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren. Gelet op onherroepelijk aan betrokkene verleend ontslag, is belang bij toewijzing van vordering a.b.i. art. 46f.2.e Wrra tot schorsing van betrokkene als rechterlijk ambtenaar voor periode van 3 maanden bij wijze van ordemaatregel komen te ontvallen. HR verklaart PG n-o in zijn vordering.
De uitspraak op rechtspraak.nl