Art. 3:2 Arbeidstijdenwet
1. De verantwoordelijke persoon zorgt er voor, dat een kind geen arbeid verricht.
2. Het eerste lid geldt niet ten aanzien van het verrichten van
a. arbeid in het kader van een alternatieve sanctie door een kind van 12 jaar of ouder, voor zover deze arbeid niet wordt verricht gedurende de schooltijd;
b. niet-industriële arbeid van lichte aard door een kind van 13 jaar of ouder:
1°. voor zover deze arbeid niet wordt verricht gedurende de schooltijd, of
2°. in het kader van een maatschappelijke stage als bedoeld in artikel 2.32 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
c. arbeid van lichte aard door een kind van 14 jaar of ouder voor zover deze arbeid verricht wordt naast en in samenhang met het onderwijs;
d. arbeid bestaande uit het bezorgen van ochtendkranten door een kind van 15 jaar, voor zover deze arbeid niet wordt verricht gedurende de schooltijd.
3. Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot het tweede lid.
4. De verantwoordelijke persoon leeft de nadere regels, bedoeld in het derde lid na.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 10 november 2006, ECLI:NL:HR:2006:AY9216
- ABRvS 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:878
- ABRvS 16 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8528
- Rb. Rotterdam 15 november 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11323
- ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3492
- Rb. Rotterdam 23 april 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:4781
- Rb. Rotterdam 15 november 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:11324
- ABRvS 22 juli 2026, ECLI:NL:RVS:2026:4304
- ABRvS 20 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2899
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 januari 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:305
- Rb. Rotterdam 9 september 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:11492
- Rb. Rotterdam 24 oktober 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:10618
- Rb. Overijssel 7 oktober 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:3745
- Rb. Overijssel 12 februari 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:409
- Rb. Oost-Brabant 27 januari 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:412
- Rb. Midden-Nederland 18 september 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:5216
- Rb. Maastricht 13 juli 2004, ECLI:NL:RBMAA:2004:AQ1079
- Rb. Amsterdam 20 februari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:1755
- Conclusie A-G Timmerman 10 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AY9216