Art. 5.1.6 Voertuigreglement, Algemeen. Verbodsbepalingen
Het is de bestuurder van een motorrijtuig verboden daarmee te rijden en de eigenaar of houder verboden daarmee te laten rijden, indien in of aan het motorrijtuig een radarontvangstapparaat aanwezig is, dat geschikt is om de aanwezigheid aan te tonen van een apparaat dat tot doel heeft om een overschrijding van de maximumsnelheid vast te stellen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 7 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD7257
- HR 29 augustus 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6420
- Rb. 's-Gravenhage 30 december 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AO1125
- Rb. Amsterdam 6 december 2004, ECLI:NL:RBAMS:2004:AR6937
- Conclusie A-G Knigge 29 september 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2398
- Conclusie A-G Knigge 7 oktober 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BD7257
- Conclusie A-G Knigge 8 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC4284
- Conclusie A-G Vellinga 29 augustus 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AX6420
- HR 15 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3576
- HR 8 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4284
- Hof Amsterdam 14 juli 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AY5809