HR 7 oktober 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD7257

1. Bewijsklacht. Radardetectieapparaat a.b.i. art. 5.1.6 Voertuigreglement. 2. Afwijzing getuigenverzoek. Ad 1.’s Hofs oordeel dat sprake was van een dergelijk radardetectieapparaat (hoewel het niet werkte omdat de techniek uit het controlekastje ontbrak) getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Voor het bewijs van geschiktheid a.b.i. art. 5.1.6 Voertuigreglement hoeft niet vast te staan dat het apparaat t.t.v. het constateren van de overtreding was aangesloten en functioneerde. Het oordeel dat het enkele ontbreken van een bedieningspaneel bij een radarontvangstapparaat dit apparaat niet volledig ongeschikt maakt om de aanwezigheid aan te tonen van een apparaat dat tot doel had om een overschrijding van de max. snelheid vast te stellen, is niet onbegrijpelijk. Ad 2. Het verzoek tot het horen van getuigen omtrent bedoelde “technische kwestie”, is een verzoek waaromtrent het Hof op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing had moeten geven. Zodanige beslissing ontbreekt maar dat behoeft niet tot cassatie te leiden nu het voor de strafrechtelijke betekenis van overtreding van art. 5.1.6 Voertuigreglement niet van belang is of een radarontvangstapparaat t.t.v. het constateren van de overtreding daadwerkelijk functioneerde of niet. Conclusie AG anders tav punt 2.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen