HR 29 augustus 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6420

Bewijs radarverklikker en art. 5.1.6 Voertuigreglement. Gelet op de tekst van art. 5.1.6 Voertuigreglement, opgenomen in hfst. 5, getiteld ‘permanente eisen’, en de toelichting daarop behoeft voor het bewijs van de geschiktheid a.b.i. die bepaling niet vast te staan dat het apparaat t.t.v. het constateren van de overtreding was aangesloten en functioneerde. Beslissend is de technische bestemming van het apparaat in die zin dat het kennelijk is ontworpen en tot doel heeft de aanwezigheid te signaleren van in gebruik zijnde radarapparatuur waarmee een overschrijding van de maximumsnelheid kan worden vastgesteld. De enkele omstandigheid dat het apparaat een defect vertoont, zoals ter terechtzitting als mogelijkheid is aangevoerd, is dus niet van belang. Voorts vindt de opvatting dat voor strafbaarheid t.z.v. de onderhavige overtreding uit de bewijsmiddelen dient te volgen dat verdachte in meerdere of mindere mate zich ervan bewust is geweest dat zijn gedragingen betrekking hadden op een geschikt radarontvangstapparaat, geen steun in het recht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen