Art. 67 Wet GBA, De verplichtingen van de burger
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA)
1. Degene die zijn woonadres heeft in een instelling die is aangewezen op grond van het derde of het vierde lid kan, in afwijking van de artikelen 65, eerste lid, en 66, eerste lid, in plaats van zijn woonadres een briefadres kiezen en daarvan overeenkomstig de genoemde bepalingen aangifte doen.
2. Instellingen worden slechts aangewezen indien de aard van de instelling meebrengt, dat door opneming van het adres daarvan in de basisadministratie de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen onevenredig zou kunnen worden geschaad.
3. Onze Minister kan categorieën van instellingen dan wel instellingen afzonderlijk aanwijzen, voor zover het betreft:
a. instellingen voor gezondheidszorg;
b. instellingen op het gebied van de kinderbescherming;
c. penitentiaire instellingen.
4. Het college van burgemeester en wethouders kan een in de gemeente gevestigde instelling aanwijzen indien het betreft een instelling op het terrein van maatschappelijke opvang, bedoeld in 1, eerste lid, onderdeel g, onder 7°, van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
5. Het hoofd van een aangewezen instelling doet aan de betrokken personen tijdig schriftelijk mededeling van de mogelijkheid tot aangifte van een briefadres.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof 's-Hertogenbosch 21 december 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BP0237
- Hof Arnhem-Leeuwarden 19 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10222
- Rb. Utrecht 12 november 2008, ECLI:NL:RBUTR:2008:BG4165
- Conclusie A-G Wattel 20 december 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1413
- ABRvS 19 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA3624
- Rb. Rotterdam 14 november 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AZ2990
- Conclusie A-G Timmerman 11 oktober 2013, ECLI:NL:PHR:2013:993