Hof Amsterdam 15 juli 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN1353

Partiele nietigheid dagvaarding, nu de termen ‘hand- en spandiensten' en 'valselijk opmaken/vervalsen' niet nader feitelijk zijn uitgewerkt. Geen sprake van een verkennend onderzoek als bedoeld in art. 126gg Sv. Bevoegdheid KMar tot opsporing, gelet op grensoverschrijdend karakter van de delicten en samenwerking met politie. Vrijspraak mensensmokkel, nu de wederrechtelijkheid van de doorreis of het verblijf niet is komen vast te staan. Wel is bewezen dat de verdachte de rol van tussenpersoon bij de handel in (gestolen) (reis)documenten heeft vervuld. Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal en het medeplegen van opzetheling. Voorts heeft de verdachte in Nederland verbleven terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Matiging van de op te leggen straf gelet op termijnoverschrijding gedurende de gedingfase in hoger beroep.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen