Art. 47 Wet BOPZ, Verlof en ontslag

Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ)

1. Indien de uit de stoornis van de geestvermogens voortvloeiende gevaarlijkheid van een met toepassing van hoofdstuk II in een psychiatrisch ziekenhuis verblijvende patiënt zover is verminderd dat het verlenen van ontslag uit het psychiatrisch ziekenhuis onder daaraan te verbinden voorwaarden verantwoord is, verleent de geneesheer-directeur hem, voor zover dit in het belang van de patiënt gewenst is, voorwaardelijk ontslag.

2. Artikel 45, eerste lid, laatste volzin, derde lid, en vierde, vijfde en zesde lid, is van overeenkomstige toepassing. De geneesheer-directeur stelt tevoren de echtgenoot, de wettelijke vertegenwoordiger alsmede de naaste (familie) betrekkingen van de patiënt op de hoogte van het voorgenomen voorwaardelijk ontslag.

3. Met betrekking tot intrekking van het voorwaardelijk ontslag is artikel 46 van overeenkomstige toepassing.

Uitspraken die dit artikel aanhalen