Rb. Zutphen 10 augustus 2009, ECLI:NL:RBZUT:2009:BJ4965
Voorwaardelijk ontslag; machtiging voortgezet verblijf. Betrokkene is feitelijk met ontslag gegaan. Er is geen schriftelijke verklaring van de geneesheer-directeur terzake. Uit de omstandigheden moet worden afgeleid dat sprake is geweest van een voorwaardelijk ontslag. Nadat zij depotmedicatie heeft geweigerd, is het ontslag ingetrokken, zodat het huidige verblijf van betrokkene gebaseerd is op de rechterlijke machtiging van 11 februari 2009, zodat op goede gronden een machtiging tot voortgezet verblijf is verzocht. Artikelen: 2, 15, 45, 47 en 48 Wet Bopz
De uitspraak op rechtspraak.nl