Art. 43 Wet BOPZ, Rechten van onvrijwillig in een psychiatrisch ziekenhuis verblijvende patiënten
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ)
1. De patiënt op wie hoofdstuk II toepassing heeft gevonden, kan, onverminderd zijn recht om zelf een overplaatsing te bewerkstelligen, aan de geneesheer-directeur mondeling of schriftelijk overplaatsing verzoeken naar een al dan niet door hem met name genoemd ander ziekenhuis.
2. Indien de geneesheer-directeur van oordeel is dat het in het belang van de patiënt is aan het verzoek gevolg te geven, neemt hij terzake de nodige stappen.
3. Indien de geneesheer-directeur meent aan het verzoek niet te kunnen voldoen, stelt hij schriftelijk de patiënt daarvan in kennis, onder mededeling van de redenen waarom hij meent aan het verzoek geen gevolg te kunnen geven. Hij zendt een afschrift van zijn beslissing aan de inspecteur.
4. De inspecteur hoort zo nodig de patiënt. Indien de inspecteur overplaatsing gewenst voorkomt, treft hij de nodige maatregelen om opneming in een ander ziekenhuis te bewerkstelligen. De geneesheer-directeur draagt op aanwijzing van de inspecteur zorg voor overbrenging van de patiënt naar het andere ziekenhuis.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 17 april 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:5849
- Conclusie A-G Langemeijer 17 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:625
- Conclusie A-G Langemeijer 23 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:286
- Conclusie A-G Langemeijer 16 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1400
- Conclusie A-G Langemeijer 30 augustus 2013, ECLI:NL:PHR:2013:1073