Art. 59 Hvw, Beëindiging van de vordering
De gebruiker is verplicht het gevorderde onverwijld te ontruimen:
a. zodra de vordering ingevolge het bepaalde in artikel 58 is geëindigd, tenzij voordien een nieuw besluit tot vordering als bedoeld in artikel 40 onherroepelijk is geworden;
b. zodra de vordering ingevolge een besluit als bedoeld in artikel 55, eerste lid, onder b, of tweede lid, is geëindigd.