Hof Amsterdam 18 november 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:4823
Huur woonruimte; gehuurde is een door de gemeente gevorderde woning; vordering verhuurder tot ontruiming van de woning in kort geding in 1e aanleg toegewezen; in hoger beroep oordeelt het hof dat verhuurder, die geen concrete plannen (meer) heeft met de woning, geen spoedeisend belang heeft bij zijn vordering; het enkele feit dat artikel 59 van de Huisvestingswet bepaalt dat de gebruiker na het einde van de vorderingsperiode verplicht is de woning “onverwijld” te verlaten, maakt dit niet anders, nu deze bepaling weliswaar een verplichting oplegt aan de verhuurder, maar niet betekent dat een geschil tussen de eigenaar van de woning en de gebruiker over de verplichting tot ontruiming daardoor een spoedeisend karakter heeft; vordering afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl