Art. 7:664 BW, Rechten van de werknemer bij overgang van een onderneming
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
1. Artikel 663, eerste volzin, is niet van toepassing op rechten en verplichtingen van de werkgever die voortvloeien uit een pensioenovereenkomst als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet indien:
a. de verkrijger aan de werknemer, bedoeld in artikel 663, een zelfde aanbod doet tot het sluiten van een pensioenovereenkomst, als hij reeds voor het tijdstip van overgang heeft gedaan aan zijn werknemers;
b. de verkrijger op grond van artikel 2 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, verplicht is deel te nemen in een bedrijfstakpensioenfonds en de werknemer, bedoeld in artikel 663, gaat deelnemen in dat fonds;
c. bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan is afgeweken van de pensioenovereenkomst, bedoeld in de aanhef.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de werknemer, bedoeld in artikel 663, voor de overgang op grond van artikel 2 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, verplicht is deel te nemen in een bedrijfstakpensioenfonds en deze zelfde verplichting blijft gelden na de overgang.
3. Artikel 663, eerste volzin, is niet van toepassing op rechten en verplichtingen van de werkgever die voortvloeien uit een spaarregeling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet zoals de Pensioen- en spaarfondsenwet luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Pensioenwet indien de verkrijger de werknemer, bedoeld in artikel 663, opneemt in de spaarregeling die reeds voor het tijdstip van overgang gold voor zijn werknemers.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2375
- Hof Arnhem 15 maart 2011, ECLI:NL:GHARN:2011:BQ1305
- Rb. Oost-Brabant 18 mei 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:1995
- Conclusie A-G de Bock 6 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1152
- Hof 's-Hertogenbosch 13 augustus 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:3727
- Hof Den Haag 18 februari 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:136
- Hof Arnhem-Leeuwarden 1 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6384
- Rb. Rotterdam 26 februari 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:1451
- Rb. Midden-Nederland 12 juni 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:CA3506
- Rb. Amsterdam 5 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4741
- Hof 's-Hertogenbosch 17 juli 2007, ECLI:NL:GHSHE:2007:BB0038
- Hof Den Haag 19 augustus 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1542
- Hof Amsterdam 25 februari 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:575
- Rb. 's-Hertogenbosch 5 maart 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:AZ9876
- Rb. Rotterdam 9 december 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10864
- Rb. Rotterdam 26 april 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN2712
- Rb. Oost-Brabant 15 mei 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:2514
- Rb. Amsterdam 8 oktober 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:7617
- Rb. Amsterdam 15 januari 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:405
- Conclusie A-G Hartlief 12 augustus 2016, ECLI:NL:PHR:2016:851