Rb. Overijssel 13 juli 2017, ECLI:NL:RBOVE:2017:2780
Verzoek om toekenning transitievergoeding door 122 werknemers, van wie de arbeidsovereenkomst na toestemming van het UWV is geëindigd op 31 december 2016 vanwege het staken door ZONL van haar activiteiten op het gebied van huishoudelijke zorg. Het overgrote deel van de medewerkers heeft met ingang van 1 januari 2017 een baan gevonden bij PGVZ. Zou er al sprake zijn van overgang van onderneming, dan nog is er geen strijd met het opzegverbod ex artikel 7:670 lid 8 BW. De wetsgeschiedenis op het punt van de zogeheten Asscher-fictie (bij concessiewisselingen) laat de kantonrechter rusten. Eventueel opvolgend werkgeverschap van PGVZ doet niets af aan de verplichting van ZONL omtrent een transitievergoeding op grond van de tussen partijen geldende CAO Transitievergoeding VVT. Ten aanzien van één medewerker geldt dat het eerder toegekende wachtgeld niet als gelijkwaardige voorziening moet worden aangemerkt. Wel kan het uitgekeerde wachtgeld in mindering worden gebracht op de transitievergoeding. De kantonrechter sluit aan bij de werkelijke bedoeling van artikel 7:673 lid 5 BW in plaats van de letterlijke tekst van dat artikel
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 19 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 2 CAO
- Artikel 9 CAO
- Artikel 14 CAO
- Artikel 6:119 BW6
- Artikel 7:668a BW7
- Artikel 7:670 BW7
- Artikel 7:673 BW7
- Artikel 7:673a BW7
- Artikel 7:673b BW7
- Artikel 7:673d BW7
- Artikel 7:681 BW7
- Artikel 7:686a BW7
- Artikel 3:40 BW3
- Artikel 2 Besluit overgangsrecht transitievergoeding