Art. 7:529 BW, Toestaan van betalingstransacties
1. De betaler draagt alle verliezen die uit niet-toegestane betalingstransacties voortvloeien, indien deze zich hebben voorgedaan doordat hij frauduleus heeft gehandeld of opzettelijk of met grove nalatigheid een of meer verplichtingen uit hoofde van artikel 524 niet is nagekomen.
2. In gevallen waarin de betaler, zonder frauduleus of opzettelijk te hebben gehandeld, zijn verplichtingen uit hoofde van artikel 524 niet is nagekomen, kan de rechter de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aansprakelijkheid beperken, met name rekening houdend met de aard van de persoonlijke beveiligingsgegevens van het betaalinstrument en met de omstandigheden waarin het is verloren, gestolen of onrechtmatig gebruikt.
3. Indien de betaaldienstverlener van de betaler geen sterke cliëntauthenticatie verlangt, draagt de betaler geen financiële verliezen, tenzij de betaler frauduleus heeft gehandeld. Indien de sterke cliëntauthenticatie door de begunstigde of de betaaldienstverlener van de begunstigde niet wordt aanvaard, wordt de door de betaaldienstverlener van de betaler geleden financiële schade door hen vergoed.
4. Na de kennisgeving overeenkomstig artikel 524, eerste lid, onder b, heeft het gebruik van het betaalinstrument geen financiële gevolgen voor de betaler, tenzij deze frauduleus heeft gehandeld.
5. Indien de betaaldienstverlener nalaat om overeenkomstig artikel 525, eerste lid, onder c, passende middelen beschikbaar te stellen waarmee te allen tijde een kennisgeving als bedoeld in artikel 524, eerste lid, onder b, kan worden gedaan, is de betaler niet aansprakelijk voor de financiële gevolgen die uit het gebruik van dat betaalinstrument voortvloeien, tenzij hij frauduleus heeft gehandeld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 21 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:749
- Rb. Amsterdam 21 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4014
- Rb. Midden-Nederland 7 augustus 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4459
- Rb. Amsterdam 23 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6356
- Rb. Amsterdam 23 januari 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:441
- Rb. Amsterdam 20 december 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8673
- Rb. Amsterdam 18 november 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:7925
- Hof Amsterdam 8 oktober 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3612
- Rb. Rotterdam 5 november 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9378
- Rb. Amsterdam 2 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6094
- Rb. Amsterdam 12 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3461
- Rb. Amsterdam 6 december 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:7143
- Rb. Amsterdam 21 april 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1694
- Conclusie A-G Vlas 13 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1081
- Hof 's-Hertogenbosch 2 mei 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1885
- Hof Arnhem-Leeuwarden 24 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7950
- Hof Amsterdam 23 mei 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:1960