Art. 7:526 BW, Toestaan van betalingstransacties
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
1. De betaaldienstgebruiker die bekend is met een niet-toegestane of onjuist uitgevoerde betalingstransactie waarvoor hij de betaaldienstverlener aansprakelijk kan stellen met inbegrip van de aansprakelijkheidsgronden van artikel 543, 544 en 545, verkrijgt alleen rectificatie van zijn betaaldienstverlener indien hij hem onverwijld en uiterlijk dertien maanden na de valutadatum waarop zijn rekening is gedebiteerd, kennis geeft van de bewuste transactie, tenzij de betaaldienstverlener, in voorkomend geval, de informatie betreffende die betalingstransactie niet heeft verstrekt of ter beschikking heeft gesteld overeenkomstig de wijze vastgesteld bij of krachtens de in artikel 4:22 van de Wet op het financieel toezicht bedoelde algemene maatregel van bestuur.
2. Wanneer een betaalinitiatiedienstverlener bij de transactie betrokken is, verkrijgt de betaaldienstgebruiker rectificatie van de rekeninghoudende betaaldienstverlener overeenkomstig het eerste lid, onverminderd artikel 528, eerste en vijfde lid, alsmede artikel 543.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 2 augustus 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:6990
- Conclusie A-G Hammerstein 10 augustus 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7171
- HR 21 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:749
- Rb. Amsterdam 18 november 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:7925
- Hof Amsterdam 8 oktober 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3612
- Rb. Rotterdam 5 november 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:9378
- Rb. Amsterdam 8 december 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5817
- Rb. Amsterdam 12 november 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7737
- Conclusie A-G Vlas 13 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1081
- Hof 's-Hertogenbosch 2 april 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1108