Art. 7:339 BW, Verplichtingen van de verpachter
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
1. De verpachter is verplicht op verlangen van de pachter gebreken te verhelpen, tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van de verpachter zijn te vergen.
2. Deze verplichting bestaat niet ten aanzien van de kleine herstellingen tot het verrichten waarvan de pachter krachtens artikel 351 verplicht is, en ten aanzien van gebreken voor het ontstaan waarvan de pachter jegens de verpachter aansprakelijk is.
3. Is de verpachter met het verhelpen in verzuim, dan kan de pachter dit verhelpen zelf verrichten en de daarvoor gemaakte kosten, voor zover deze redelijk waren, op de verpachter verhalen, desgewenst door deze in mindering op de pachtprijs te brengen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Midden-Nederland 19 oktober 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:4351
- Hof Arnhem-Leeuwarden 19 juli 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:5881
- Rb. Zeeland-West-Brabant 26 mei 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:4950
- Rb. Oost-Brabant 31 augustus 2017, ECLI:NL:RBOBR:2017:7013
- Rb. Midden-Nederland 15 september 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:4360
- Hof Arnhem 15 april 2008, ECLI:NL:GHARN:2008:BE8732
- Hof Arnhem-Leeuwarden 26 november 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:10173