Art. 7:341 BW, Verplichtingen van de verpachter
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
Onverminderd de gevolgen van niet-nakoming van de verplichting van artikel 339 is de verpachter tot vergoeding van de door een gebrek veroorzaakte schade verplicht, indien het gebrek na het aangaan van de overeenkomst is ontstaan en aan hem is toe te rekenen, alsmede indien het gebrek bij het aangaan van de overeenkomst aanwezig was en de verpachter het toen kende of had behoren te kennen, of toen aan de pachter heeft te kennen gegeven dat de zaak het gebrek niet had.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2299
- Rb. Midden-Nederland 19 oktober 2022, ECLI:NL:RBMNE:2022:4351
- Conclusie A-G Valk 5 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1190
- Hof Arnhem-Leeuwarden 31 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7984
- Rb. Midden-Nederland 8 mei 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:2834
- Rb. Midden-Nederland 25 januari 2023, ECLI:NL:RBMNE:2023:337
- Rb. Den Haag 17 december 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:14352
- Rb. Den Haag 16 januari 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:499
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 juni 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:3541
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 april 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3791
- Centrale Grondkamer 24 maart 2022, ECLI:NL:CG:2022:9
- Centrale Grondkamer 24 maart 2022, ECLI:NL:CG:2022:6
- Centrale Grondkamer 24 maart 2022, ECLI:NL:CG:2022:5
- Centrale Grondkamer 24 maart 2022, ECLI:NL:CG:2022:4
- Centrale Grondkamer 24 maart 2022, ECLI:NL:CG:2022:10