Art. 7:182 BW, Schenking
Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BW7)
1. Bij een aanbod tot schenking dat schriftelijk wordt gedaan, kan worden bepaald dat het geschonkene onder bewind zal staan.
2. Het bewind heeft dezelfde rechtsgevolgen als een bij uiterste wilsbeschikking ingesteld bewind, met dien verstande dat
a. de termijnen bedoeld in de artikelen 178 leden 1 en 2, 179 lid 2 en 180 lid 2 van Boek 4, aanvangen op het tijdstip waarop de schenking wordt uitgevoerd, en
b. het bewind, voor zover het niet in het belang van een ander dan de begiftigde is ingesteld, ook eindigt wanneer de schenker en de begiftigde een gemeenschappelijk besluit tot opheffing schriftelijk ter kennis van de bewindvoerder brengen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G IJzerman 30 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2396
- Rb. Zeeland-West-Brabant 4 augustus 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:4043
- Rb. Rotterdam 15 december 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO8570
- Rb. Midden-Nederland 9 december 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:8681
- Rb. Arnhem 25 september 2003, ECLI:NL:RBARN:2003:AN9190
- Hof 's-Hertogenbosch 22 juli 2021, ECLI:NL:GHSHE:2021:2317
- Hof Den Haag 15 juni 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1349