Rb. Rotterdam 15 december 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO8570
Artt. 4:163, 6:74, 6:162 en 7:182 BW, 134 en 201 Overgangswet NBW. Vermogensbeheer van onder bewind gesteld vermogen; criteria voor aansprakelijkheid bewindvoerder en vermogensbeheerder. De rechtbank dient te beoordelen of Capital haar taken als een goed bewindvoerder heeft uitgevoerd, met inachtneming van de bepalingen die in de betreffende notariële akten over de bewindvoerder en het bewind zijn opgenomen. Bewindvoerder was niet gehouden de onder bewind gesteld vermogens feitelijk “in stand te houden”. Op Capital rustte niet een verdergaande verplichting dan die van een goed bewindvoerder als hiervoor omschreven en in het bijzonder zijn er geen feiten of omstandigheden gesteld of gebleken die de conclusie kunnen dragen dat op Capital in dit verband onverkort een resultaatsverbintenis rustte tot ten minste integrale instandhouding van het belegde vermogen als door [eiseres] bepleit. Daarbij is in aanmerking genomen dat alle notariële akten is opgenomen (i) dat de bewindvoerder vrij is in de wijze van belegging en herbelegging zonder daartoe medewerking of goedkeuring van de eigenaren te behoeven en (ii) dat hij niet aansprakelijk is voor vermindering van waarde van de aan het bewind onderworpen zaken. Deze bepalingen duiden erop dat de bewinden zijn ingesteld met het oog op (voortzetting van de) belegging van het vermogen. Aan beleggen zijn risico’s verbonden. Reeds op grond van het voorgaande kan niet worden aangenomen dat op de bewindvoerder de verplichting rustte de onder bewind gestelde vermogens in stand te houden. Mede gelet op de omvang van het onder bewind gestelde vermogen, de samenstelling van dat vermogen, dat ten tijde van de instelling van het bewind al grotendeels uit effecten bestond, en de bij aanvang beoogde lange looptijd van de bewinden, valt niet in te zien dat een verantwoord beheer – als goed bewindvoerder – van dat vermogen vereist dat van meet af aan zeer defensief wordt belegd zoals [eiseres] voorstaat. De stellingen van [eiseres] in dit verband komen erop neer dat op Fortis als vermogensbeheerder de plicht zou rusten te onderzoeken of Capital als bewindvoerder wel goed functioneert. De reikwijdte van de bijzondere zorgplicht voor een bank (ten opzichte van derden met wier belangen zij rekening hoort te houden op grond van hetgeen volgens het ongeschreven recht en in het maatschappelijke verkeer betaamt) hangt af van de omstandigheden van het geval. Nu Capital de bijzondere functie van bewindvoerder bekleedt, is – in beginsel – voldoende dat Fortis zich door Capital laat informeren over de wensen/mogelijkheden van de onder bewind gestelde (en dat is gebeurd).
De uitspraak op rechtspraak.nl