Art. 11 Ppw, Reisdocumenten voor niet-Nederlanders
1. Iedere vreemdeling die ingevolge artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000 tot het Europese deel van Nederland dan wel iedere vluchteling die als zodanig tot een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten is toegelaten, heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een reisdocument voor vluchtelingen, geldig voor vijf jaren.
2. Iedere vreemdeling die ingevolge artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 tot het Europese deel van Nederland is toegelaten, heeft binnen de grenzen bij deze wet bepaald, recht op een reisdocument voor vluchtelingen, geldig voor ten minste een jaar en ten hoogste drie jaren.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:260
- ABRvS 25 februari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH3981
- Rb. Utrecht 17 maart 2010, ECLI:NL:RBUTR:2010:BL7911
- Rb. 's-Gravenhage 17 juli 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6496
- Rb. 's-Gravenhage 25 april 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1910
- Rb. Den Haag 20 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:6267