Art. 8:216 BW, Voorrechten op zeeschepen
De vorderingen genoemd in artikel 211, onderdelen a en c, doen een voorrecht op het schip ontstaan en zijn alsdan daarop verhaalbaar, zelfs wanneer zij zijn ontstaan tijdens de terbeschikkingstelling van het schip aan een bevrachter, dan wel tijdens de exploitatie van het schip door een ander dan de reder, tenzij aan deze de feitelijke macht over het schip door een ongeoorloofde handeling was ontnomen en bovendien de schuldeiser niet te goeder trouw was. De vorderingen genoemd in artikel 211 onder b doen een voorrecht op het schip ontstaan en zijn alsdan daarop verhaalbaar, ongeacht of de reder de werkgever is van de zeevarende.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 23 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG3588
- Rb. Rotterdam 10 december 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:14949
- Rb. Rotterdam 12 januari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:145
- Rb. Rotterdam 30 september 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:6868
- Rb. Rotterdam 11 december 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BZ0193
- Conclusie A-G Valk 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:741
- Conclusie A-G VAN BALLEGOOIJEN 9 december 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BR6384
- Conclusie A-G Timmerman 23 januari 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BG3588