HR 23 januari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG3588

Procesrecht. Voorrecht op zeeschip; strekking van de in art. 8:211, aanhef en onder b, BW in verbinding met art. 8:216 BW vervatte regeling verzet zich ertegen dat de geldigheid van de aan een loonvordering van een bemanningslid ten grondslag liggende arbeidsovereenkomst waarvan het bestaan niet in geschil is, door de niet bij die overeenkomst betrokken eigenaar van het schip betwist wordt met een beroep op het vormvoorschrift van art. 398, eerste lid, K.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen