Art. 8:219 BW, Voorrechten op zeeschepen
1. De krachtens deze afdeling verleende voorrechten gaan teniet door verloop van een jaar, tenzij de schuldeiser zijn vordering in rechte geldend heeft gemaakt. Deze termijn begint met de aanvang van de dag volgend op die, waarop de vordering opeisbaar wordt. Met betrekking tot de vordering voor hulploon begint deze termijn echter met de aanvang van de dag volgend op die, waarop de hulpverlening is beëindigd.
2. Het voorrecht gaat teniet met de vordering.
3. In geval van executoriale verkoop gaan de voorrechten mede teniet op het tijdstip waarop het proces-verbaal van verdeling wordt gesloten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 2 augustus 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:5952
- HR 6 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1108
- Hof Den Haag 14 februari 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:241
- Rb. Rotterdam 6 december 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:12217
- Rb. Rotterdam 30 september 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:6868
- Rb. Haarlem 15 oktober 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BO3912
- Rb. Amsterdam 28 december 2005, ECLI:NL:RBAMS:2005:AU9727
- Conclusie A-G Valk 20 april 2018, ECLI:NL:PHR:2018:741
- Conclusie A-G Timmerman 23 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV0638
- Hof Den Haag 14 juli 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:2188