Art. 78 WMT, Bijzondere bepalingen
1. Is de commandant van oordeel dat een hem ter kennis gekomen gedraging een strafbaar feit betreft, dan is hij verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar, behoudens in het geval dat voldaan wordt aan de voorwaarden gesteld op grond van het bepaalde in artikel 59 van het Wetboek van Militair Strafrecht.
2. Indien de commandant na de uitreiking van de beschuldiging tot het oordeel komt dat de gedraging een strafbaar feit betreft, trekt hij de beschuldiging in, indien hij nog niet tot een uitspraak is gekomen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Gelderland 29 juli 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6148
- Rb. Gelderland 10 juni 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:3545
- Rb. Gelderland 13 juli 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:3636
- Rb. Gelderland 19 februari 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:954
- Rb. Gelderland 23 april 2013, ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ8370
- Conclusie A-G van Kempen 9 september 2025, ECLI:NL:PHR:2025:830
- Conclusie A-G Machielse 29 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT1661
- Conclusie A-G Machielse 29 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BT1660
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:CA1908
- Hof Arnhem-Leeuwarden 30 mei 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:CA1907