Rb. Gelderland 13 juli 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:3636
Militair tuchtappel, artt. 20, 22, 29 WMT: bevestiging beslissing beklagmeerdere met verlaging van de strafmaat. De militaire kamer in de rechtbank Gelderland behandelt strafzaken, waar ook ter wereld begaan, waarvan Nederlandse militairen verdacht worden. Daarnaast is de militaire kamer de hoogste beroepsinstantie voor militaire tuchtzaken. De militaire kamer is van oordeel dat de handelingen van de commandant in overeenstemming zijn met de materiële eisen die ingevolge artikel 163 Sv aan een strafrechtelijke aangifte worden gesteld. Dat de melding van de commandant door de KMar niet als aangifte is geformaliseerd, is niet te wijten aan de commandant en voor de toepassing van artikelen 53 en 78 WMT niet van doorslaggevende betekenis. Nu er aldus sprake is van een aangifte, zijn, gezien de rest van het dossier, de termijnen van artikel 53 WMT op de juiste wijze nageleefd. Voorts is uit het dossier gebleken dat de commandant schriftelijk van de KMar heeft vernomen dat het OM de zaak tegen gestrafte geseponeerd heeft en dat een strafrechtelijke vervolging niet langer mogelijk is. De militaire kamer is van oordeel dat de commandant er in redelijkheid op mocht vertrouwen dat afstemming tussen de KMar en het OM heeft plaatsgehad en dat het OM instemde met tuchtrechtelijke afdoening, zoals vereist ingevolge artikel 79 WMT. In aanmerking genomen dat het militaire tuchtrecht een vorm van snelrecht betreft, kan niet van een commandant worden verlangd dat hij/zij een dergelijk bericht van de KMar verifieert door zelfstandig navraag te doen bij het OM. De commandant heeft ervan uit mogen gaan dat de KMar gemandateerd was om namens het OM de genoemde mededelingen te doen. De militaire kamer concludeert dan ook dat de commandant bevoegd was de zaak tuchtrechtelijk af te doen. Alhoewel de opgelegde geldboete van 350 euro op zichzelf genomen proportioneel is voor schending van de gedragsregels, verlaagt de militaire kamer deze vanwege tijdsverloop naar een geldboete van 300 euro.
De uitspraak op rechtspraak.nl