Art. 37 IOAW, Rechten en plichten
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
1. De belanghebbende die voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking is vanaf de dag van melding, bedoeld in artikel 16a, tweede lid, verplicht:
a. naar vermogen te trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;
b. ervoor te zorgen dat hij als werkzoekende geregistreerd is bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en geregistreerd blijft, indien hem daartoe het recht toekomt op grond van artikel 30b, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden;
d. na te laten hetgeen inschakeling in de arbeid belemmert;
e. gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
f. naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt;
g. zich te onthouden van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden.
2. Indien uitkering wordt verleend aan echtgenoten gelden de verplichtingen bedoeld in het eerste lid voor ieder van hen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 17 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:422
- Rb. Den Haag 19 december 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:15515
- Hof Amsterdam 16 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1327
- Rb. Zeeland-West-Brabant 17 april 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:1873
- Rb. Rotterdam 5 augustus 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6919
- Rb. Oost-Brabant 23 mei 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:2477
- Rb. Noord-Nederland 30 maart 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:1114
- Rb. Noord-Holland 18 januari 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:220
- Rb. Midden-Nederland 1 maart 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:782
- Rb. Den Haag 2 april 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:7139
- Rb. Den Haag 22 juni 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6203
- CRvB 22 oktober 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2047
- CRvB 28 mei 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1908
- CRvB 4 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1272
- CRvB 31 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2060
- CRvB 17 februari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:421
- CRvB 6 april 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM1961