Art. 17 IOAW, Het geldend maken van het recht op uitkering
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
1. Indien de belanghebbende de voor de verlening van de uitkering van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt, dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, kan het college het recht op uitkering opschorten:
a. vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft, of
b. vanaf de dag van het verzuim indien niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking heeft.
2. Het college doet mededeling van de opschorting aan de belanghebbende en nodigt hem uit binnen een door het college te stellen termijn het verzuim te herstellen.
3. Het college herziet een besluit tot toekenning van de uitkering, dan wel trekt een besluit tot toekenning van de uitkering in, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde ter zake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van uitkering kan het college een besluit tot toekenning van uitkering herzien of intrekken, indien een gedraging als bedoeld in artikel 20, eerste lid, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering of anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
4. Als de belanghebbende in het geval bedoeld in het eerste lid het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor gestelde termijn, kan het college na het verstrijken van deze termijn het besluit tot toekenning van uitkering intrekken met ingang van de eerste dag waarover het recht op uitkering is opgeschort.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 4 september 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2760
- CRvB 18 maart 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC7170
- CRvB 24 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:751
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 november 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7900
- Rb. Zeeland-West-Brabant 23 juni 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:3423
- Rb. Zeeland-West-Brabant 29 april 2021, ECLI:NL:RBZWB:2021:2195
- Rb. Zeeland-West-Brabant 12 november 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:6441
- Rb. Zutphen 31 juli 2001, ECLI:NL:RBZUT:2001:AB3076
- Rb. Zwolle-Lelystad 20 april 2010, ECLI:NL:RBZLY:2010:BM5971
- Rb. 's-Gravenhage 15 januari 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AO2629
- Rb. Rotterdam 14 oktober 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:9331
- Rb. Rotterdam 27 april 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:BA8417
- Rb. Rotterdam 27 april 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:BA8416
- Rb. Midden-Nederland 19 april 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:1875
- Rb. Den Haag 2 april 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:3186
- Rb. Den Haag 12 augustus 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:10949
- Rb. Amsterdam 26 november 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:9143
- CRvB 10 december 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2364
- CRvB 11 juli 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2543
- CRvB 11 juli 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1309