Art. 20 RWN, Vaststelling van het Nederlanderschap
Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN)
1. Indien in enige voor een rechterlijke instantie in Nederland, onderscheidenlijk Aruba, Curaçao of Sint Maarten, aanhangige zaak onzeker is of een bij de zaak belanghebbende al dan niet het Nederlanderschap bezit of op een vroeger tijdstip bezat, kan de rechter terzake het advies van Onze Minister, onderscheidenlijk van Onze Minister van Justitie van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten, vragen.
2. Indien in enig administratief beroep in Nederland, onderscheidenlijk Aruba, Curaçao en Sint Maarten, ingesteld een in het vorige lid bedoelde onzekerheid bestaat, houdt die instantie de behandeling van de zaak aan en vraagt zij terzake het advies van Onze Minister, onderscheidenlijk van Onze Minister van Justitie van Aruba, van Curaçao, onderscheidenlijk van Sint Maarten.
3. De behandeling van de zaak wordt terstond hervat zodra het in de vorige leden bedoelde advies is ontvangen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2695
- ABRvS 20 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2344
- Hof Den Haag 18 oktober 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:4005
- Rb. Den Haag 4 juli 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:7961
- Rb. Den Haag 29 september 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:16155
- ABRvS 8 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3009
- Rb. Oost-Brabant 16 april 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:2205
- Rb. Den Haag 10 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:18288
- Rb. Den Haag 28 oktober 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:11032
- Rb. Den Haag 29 september 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:16161
- Rb. Den Haag 29 september 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:16156
- Rb. Den Haag 3 december 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:15261
- Conclusie A-G Vlas 12 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1426
- Hof Amsterdam 16 mei 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1098
- CRvB 27 april 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AO8713