ABRvS 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2695
Bij brief van 12 augustus 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken [appellant] meegedeeld dat aan haar minderjarige kind geen verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap wordt afgegeven. [appellant] en haar kind hebben beiden de Afghaanse nationaliteit en wonen in Afghanistan. Volgens [appellant] heeft haar ex-echtgenoot, de vader van het kind, de Nederlandse nationaliteit en heeft het kind daarom van rechtswege ook de Nederlandse nationaliteit. Zij heeft voor haar kind een verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap aangevraagd, waarmee zij kan aantonen dat het kind de Nederlandse nationaliteit heeft. Vervolgens wil zij met zo’n verklaring en hulp van de Nederlandse ambassade naar Pakistan reizen om daar bij de Nederlandse ambassade een paspoort of laissez-passer op te halen voor haar kind en een faciliterend visum voor zichzelf, zodat zij samen naar Nederland kunnen reizen.
De uitspraak op rechtspraak.nl