Rb. Oost-Brabant 16 april 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:2205

Trefwoorden: Nederlandse paspoorten. Artikel 3 RWN. Juridische vaderschap. Documenten niet te beoordelen of vals bevonden. Geen vrijstelling overleggen Syrische geboorteakten. Geen belangenafweging. Artikel 10:92 BW. Artikel 20, eerste lid, RWN Samenvatting: Aanvraag om Nederlandse paspoorten voor twee minderjarige kinderen volgens artikel 52, eerste lid, Pub 2001 buiten behandeling gesteld. Niet langer is in geschil dat het biologisch vaderschap onvoldoende is, maar dat de nodige zekerheid moet worden verschaft over het juridisch vaderschap. De minister heeft de bij de aanvraag en in bezwaar overgelegde documenten laten beoordelen door het Bureau Documenten. De drie verklaringen van onderzoek van het Bureau Documenten zijn niet op inhoud betwist en er is ook geen contra-expertise overgelegd. Aan de bij de aanvraag overgelegde documenten kan geen doorslaggevende betekenis worden toegekend omdat de in bezwaar overgelegde documenten vals zijn bevonden. Daardoor kan niet met de nodige zekerheid worden vastgesteld dat in 2015 een rechtsgeldig huwelijk heeft plaatsgevonden. Er is geen sprake van vrijstelling voor het overleggen van een Syrische geboorteakte zoals dat geldt voor naturalisatieverzoeken. De Paspoortwet of de Pub 2001 geeft de minister niet de bevoegdheid om in gevallen waarin het Nederlanderschap niet met de nodige zekerheid kan worden vastgesteld op grond van een belangenafweging toch een paspoort te verstrekken. De verwijzingsregel van artikel 10:92 van het BW is alleen van toepassing wanneer het feit waardoor de familierechtelijke betrekkingen ontstaan of tenietgaan, zich in Nederland voordoen en dat is niet het geval. Omdat de echtheid van de overgelegde documenten in geding is, geeft de rechtbank geen gehoor aan het verzoek om op grond van artikel 20, eerste lid, van de RWN advies te vragen aan de minister van Justitie en Veiligheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken