Art. 28c AMAR, Ambtsberichten
Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR)
1. Gegevens betreffende gedragingen of omstandigheden van een militair kunnen schriftelijk worden vastgelegd in een ambtsbericht.
2. De militair wordt schriftelijk in kennis gesteld van een voorgenomen ambtsbericht, waarna hij vier weken de tijd heeft om eventuele schrifelijke bedenkingen kenbaar te maken. Deze termijn kan op verzoek van de militair met twee weken worden verlengd.
3. Onze Minister houdt bij de vaststelling van een ambtsbericht rekening met de door de militair ingediende bedenkingen en stelt vervolgens het ambtsbericht vast. Onze Minister kan besluiten af te zien van het vaststellen van het ambtsbericht.
4. De militair ontvangt een afschrift van het ambtsbericht. Indien Onze Minister besluit af te zien van het vaststellen van een ambtsbericht ontvangt de militair een afschrift hiervan.
5. Een ambtsbericht kan gedurende een periode van ten hoogste zes jaar na de vaststelling worden meegewogen bij een te nemen rechtspositioneel besluit.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vorm en de wijze van indiening van ambtsberichten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 21 december 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:4490
- CRvB 13 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2432
- CRvB 9 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1251
- CRvB 2 juni 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1236
- Rb. Den Haag 13 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:26316
- Rb. Den Haag 24 februari 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:1326
- Rb. Den Haag 25 maart 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:3342
- Rb. Den Haag 31 juli 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:9445
- CRvB 22 december 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:2780
- CRvB 27 oktober 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2644
- CRvB 21 oktober 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2602
- CRvB 14 januari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:119
- CRvB 14 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2711