Art. 29 AMAR, Begripsbepalingen
Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR)
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1°. korporaals:
1°. bij de Koninklijke marine: matrozen der 1e klasse en mariniers der 1e klasse;
2°. bij de Koninklijke landmacht en luchtmacht: korporaals en korporaals der 1e klasse;
3°. bij de Koninklijke marechaussee: marechaussees der 1e en 2e klasse;
1°. manschappen:
1°. bij de Koninklijke marine: matrozen der 2e en 3e klasse en mariniers der 2e en 3e klasse;
2°. bij de Koninklijke landmacht en luchtmacht: soldaten der 1e, 2e en 3e klasse;
3°. bij de Koninklijke marechaussee: marechaussees der 3e en 4e klasse;
1°. onderofficiersrang:
1°. bij de Koninklijke marine: de rang van korporaal, sergeant, sergeant-majoor of adjudant-onderofficier
2°. bij de Koninklijke landmacht en luchtmacht de rang van sergeant, sergeant der eerste klasse, sergeant-majoor, of adjudant-onderofficier;
3°. bij de Koninklijke marechaussee: wachtmeester, wachtmeester der eerste klasse of opperwachtmeester;
ontslagleeftijd: de voor manschappen of korporaals alsdan geldende ontslagleeftijd op grond van artikel 39, tweede lid, onder a.